Karl Jenkins’ “The Armed Man”

 

Het werk,  in opdracht van de Royal Armouries (National Museum of Arms and Armour) als deel van de herdenking van het Millennium, beleefde zijn première in de Royal Albert Hall op 25 april 2000 en maakte ook deel uit van het Classic FM avond concert op 5 mei daaraan volgend.
Het werk wordt in toenemende mate uitgevoerd door koren en orkesten, niet alleen in Engeland maar  ook in Nederland.
De teksten werden  gekozen door Guy Wilson als Master Of The Armouries ten tijde van de opdracht. De muziek werd gecomponeerd door Karl Jenkins die het werk opdroeg aan het volk van Kosovo dat leed onder de verwoesting van de oorlog ten tijde van het componeren.


Het museum gaf opdracht voor "The Armed Man" met de intentie om het werk te kunnen gebruiken voor educatieve doeleinden in de hoop dat door de uitvoering jonge mensen  worden aangespoord na te denken over zulke belangrijke zaken als oorlog en vrede.


Het werk mengt delen van de liturgische Mis met poëzie en proza uit de hele wereld om het eeuwenoude verhaal te vertellen van het oorlogvoeren en de verschrikking en verliezen die dat ongetwijfeld tot gevolg heeft. Het eindigt met een gebed voor een betere en meer vredige toekomst.


De titel en de inspiratie van het werk was een volkslied, "l’ Homme Armé",  dat werd geschreven aan het Hof van Karel de Kale van Bourgondië tussen 1450 en 1463. Er werden vrij snel na het ontstaan van dit lied zes missen gecomponeerd, waarvan er vijf delen van deze melodie bevatten de zesde de gehele melodie. Daarna werden tot het eind van de zestiende eeuw 30 missen geschreven op dit thema.


Het concept dat "de gewapende man gevreesd moet worden" lijkt pijnlijk relevant voor de twintigste eeuw, waarin op het eind van de eeuw dit werk werd gecomponeerd. De vorm van de mis, waarin de oorspronkelijke tekst werd gebruikt, gaf structuur aan nieuw werk dat was bedoeld voor de herdenking van een significant  moment  in de christelijk tijdrekening. Het werk is echter wereldwijd en multicultureel, het betreft de gehele mensheid. Daarom werden delen van de Mis en poëzie en proza van over de gehele wereld met elkaar verenigd om betekenis en zin te geven aan zoveel mogelijk mensen.
De Mis begint met het geluid van militaire trommels, het orkest bouwt langzaam op naar het aanvangslied van het koor dat het vijftiende-eeuwse thema zingt, "l’ Homme Armé". Het gehele stuk wordt gedomineerd door militaire trommels en trompetgeschal. Nadat de toon is gezet , verandert de stijl en het tempo en zijn we voorbereid voor de overdenking van als eerste de Moslim "Call to Prayers" en daarna het "Kyrie", waarin het slagwerk weerkeert, versterkt door de Braziliaanse ckekere, een soort kalebas met kralen.


Daarna , in een eenstemmige zetting, horen we de psalmwoorden waarin Gods hulp gevraagd wordt tegen onze vijanden, waar op het eind slagwerk en orkest op een verpletterende manier de laatste zin "Save us from bloody men" begeleiden. Het "Sanctus" dat volgt is vol dreiging en heeft het karakter van oerstammen, wat de kracht van het meedogenloze slagwerk en de het militaire trompetgeluid die het onvermijdelijke begin van de oorlog aankondigen, versterkt.
De dreiging neemt toe in het volgende deel waar Kipling’s "Hymn before action" met massief koper opzweept  tot de laatste verwoestende regel "Lord grant us strenght to die".


Oorlog is nu onontkoombaar. "Charge" opent met de verleidelijke zegezang over de glorie van het martelaarschap, en bouwt dan verder met trompetgeschal en donderende militaire trommels tot het onvermijdelijke  gevolg: oorlog in zijn totale ongecontroleerde kakofonie van vernietiging. Dan  volgt de angstwekkende stilte van het slagveld na de slag en ten slotte het begraven van de doden, de klanken van de bugel die "The last Post" laat horen. Maar dit is niet het einde van het lijden. In het midden van dit werk, geïntroduceerd door  klagende trompetten staat "Angry Flames" een gedeelte van een gedicht over de verschrikkingen van de atoombomaanval  op Hiroshima, geschreven door een dichter die daar ten tijde van de aanval aanwezig was en in 1953 overleed aan leukemie ten gevolge van de straling waaraan hij was blootgesteld. Maar voor wie mocht denken dat de obsceniteit van de massavernietiging  een fenomeen van de twintigste eeuw is, wordt op andere gedachten gebracht door  "Torches", een soortgelijke angstwekkende  passage uit het Indiaanse epos "The Mahabharata".


Na de verschrikkingen van de massavernietiging krijgt het werk een andere sfeer. Het laat ons zien dat één dode er één teveel is en dat elk menselijk leven heilig is en uniek. Eerst het "Agnus Dei" , met zijn lyrisch koorwerk, geaccentueerd door elegisch trompetgeschal, wat ons herinnert aan het ultieme offer van Christus.  Dit wordt gevolgd door een gedeelte, geschreven door Guy Wilson,  over het gevoel van verlies en schuld dat zoveel overlevenden van de Eerste Wereldoorlog hadden, toen zij wel thuiskwamen en hun kameraden niet. Dat laat ons zien dat de pijn en het kwaad niet eindigen als de oorlog afgelopen is, dat overlevenden deze wonden voor de rest van hun leven met zich meedragen.


Het "Benedictus" laat ons, terwijl de verschrikkingen nog vers in ons geheugen liggen, beginnen met het genezen van de wonden in haar imposante bevestiging van trouw aan God en mensheid en waar het  militaire koper en trommels majesteit toevoegt aan het fortissimo "Hosanna in excelsis".
Dit leidt ons naar het positieve einde van het werk.
Het laatste deel gaat terug naar de vijftiende eeuw met de verklaring van Sir Thomas Mallory’s Lancelot en Guineveres dat vrede beter is dan oorlog. De bedreiging van "The Armed Man" keert daar weer terug en wedijvert met Mallory’s wens voor een tijd van vrede. Maar de tijd gaat door en we komen tot het moment van onze keuze: Willen we het nieuwe millennium hetzelfde als het voorbije?


Of gaan we mee met Alfred, Lord Tennyson , als hij zegt: “Luidt uit de duizend jaren van het oude, luidt in de duizend jaren van vrede”? Het mag een onmogelijke droom lijken, het kan zijn dat we slecht begonnen zijn, maar de Mis eindigt met de bevestiging van Openbaringen dat verandering mogelijk is, dat lijden, pijn en dood overwonnen kunnen worden.


De beelden die de achtergrond voor deze uitvoering vormen, vergroten en versterken deze boodschap, herinneren ons aan de eeuwige verschrikking  van de oorlog en laten ons op onze eigen mannier bidden "Dona nobis pacem", "Geef ons vrede".